Historie

In 2009 bestond de vereniging 50 jaar. Ter ere van dit jubileum heeft Wim van Ginneken de historie van de vereniging beschreven. Wim is tijdens het Tuigpaardengala in 2014 tot erelid van de verenging benoemd. Zijn geschreven stuk is hieronder te lezen:

De vereniging werd officieel opgericht op 3 oktober 1959. Vóór die tijd waren er in Chaam ook al hippische activiteiten. Te beginnen met rijvereniging Sint-Anthonius. Van vóór de oorlog. Van 1945 tot medio 1952 kende rijvereniging Trouwe Kameraden haar gloriejaren. Dit betrof een voorloper van de huidige vereniging. De naam Trouwe Kameraden kwam destijds voort uit een prijsvraag die werd gehouden onder de Chaamse bevolking. Met de komst van veearts dokter Wouters naar Chaam begon het weer te kriebelen. Al gauw kreeg hij de technische steun van Christ van Opstal. Er werden een vijftiental kandidaat-ruiters opgetrommeld voor een eerste oriënteringsrit ter kennismaking. Met start en finish op de locatie van de huidige Rabobank.

Al snel kwam alles in een stroomversnelling. Als eerste bestuursleden werden gekozen Piet van de Broek, Piet Hendriks (secretaris), Dr. Wouters (voorzitter), Koos de Bie en Koos van Haperen. Precies een week later al werd het bestuur uitgebreid met Cees Wouters en Piet Michielsen. Na Christ van Opstal, de man van het voortraject, trad Toon Pelkmans uit Baarle-Hertog als eerste commandant aan. Een heiveld aan de Schaanstraat werd het eerste ‘hippisch centrum’. Er zouden er in de loop der jaren velen volgen voordat men op de huidige schitterende locatie op Sportpark Groot Heivelt terecht kon.

s morgens op de Dassemus. Onderweg werd de rozenkrans gebeden. Pieter van Loon was voorbidder. Na de H.Mis en de paardenzegening ging het weer richting Chaam. Daar werd dan tegen de middag nog even stevig geoefend met het oog op het eerste concours dat enkele dagen later volgde. Tielemans zorgt nog altijd voor de broodjes en allerlei lekkernijen.

De Trouwe Kameraden reden hun eerste concours in Teteringen. Het was toch een aparte sensatie. Met bespannen platte wagens op pad. Twee paarden vóór de met gras beladen wagen en een viertal paarden achter aan die wagen gebonden. Zo ging het in colonne naar Teteringen. Er werd verdienstelijk acht- en viertal gereden. Echt grote potten breken kon natuurlijk nog niet. Op concours gaan was in die tijd een hele onderneming. Het begon om vijf uur met het volgen van de H.Mis in Meersel-Dreef (vissersmis). Was het concours wat verder weg dan werd zó vroeg vertrokken dat die kerkgangers met de fiets achterop moesten komen. Onderweg werd dan gewisseld. De Meersel-Dreefgangers namen de leidsels over en de anderen konden dan per fiets een kerkgelegenheid zoeken. Dat was de bedoeling althans. Ook voor de paarden was het werken geblazen. In alle vroegte weg, achttal rijden, de parade, individuele dressuur, springen en bestgaand landbouwrijpaard en dan tegen middernacht weer thuis. Dat kon gebeuren bij de verre concoursen. Het eerste grote concours in Chaam werd in 1962 gehouden aan de Dassemussestraat. Dat gaf grote drukte. Het hele dorp liep uit.

Hoe we onze financiën regelden en het allereerste ponykamp.

Ook in het verleden moest men aan de financiën van de club denken. Men wilde immers een club die voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk was. Om elitevorming te voorkomen mocht de contributie niet al te hoog zijn en werd er dus naar allerlei middelen gezocht om de kas te spekken. Daarom werd , in de beginjaren met een aantal ruiters en amazonen enkele jaren deelgenomen aan de Tijl Uilenspiegeloptochten in Turnhout. In Middeleeuwse kledij zorgde men daar, tegen vergoeding uiteraard, voor de Nederlandse inbreng. Het was een lange tocht op en neer naar Turnhout. In clubhuis Smullekuiltje werd bovendien een grote verschieting gehouden. De beste schutters uit de verre regio knalden er bijna dag en nacht op los. De hoogste eindscore werd beloond met een ponyveulen. Voor elk schot dat gelost werd moest afgerekend worden. Kassa dus.

Nadat Gonny Nugteren al wat voorwerk had verricht werd op 22 januari 1965 in zaal Keizershof ponyclub Trouwe Kameraadjes officieel opgericht. Met daarbij ook de Ulicotense ruiterij. Eerder kende men daar rijvereniging De Trouwe Vrienden, maar die was al lang ter ziele. Het eerste ponyclubbestuur bestond uit Dr. Wouters (voorzitter),Cees van de Weele (secretaris-penningmeester), Wim Jespers, Jos Theeuwes, Gust van Loon, Jaan de Swart en Jos Oomen.

Een ren over drie ronden, dat was het hoofdnummer van het eerste onderlinge concours. Al in de eerste de beste bocht ontstonden Grand-Nationaltaferelen. Het hele veld ging ondersteboven. Het werd even stil, maar alles krabbelde weer overeind. De trend was gezet. In heel veel zaken nam de Chaamse ponyclub het voortouw. Men ging graag uitdagingen aan. Binnen de Kring Breda roerde de club zich enorm. De ene na de andere vernieuwing werd voorgesteld. En meestal ook doorgevoerd. Een ondernemende club met een wat rebels karakter en dat is het gelukkig altijd gebleven.

Gezellige ponykampen en onderlinge wedstrijden.

Zo werd aan de Dassemussestraat getekend voor het eerste grote regionale ponykamp. Uiterst revolutionair. Bijna vijfhonderd ponyruiters in een enorme tent. De pony’s verbleven, aangelijnd, op hetzelfde terrein. Op de openingsdag werd een defilé door de kom van het dorp gehouden. Heel apart voor de deelnemers want op sommige plaatsen stond het publiek rijendik. Het kamp werd afgesloten met een groot formaat ponyconcours. Het was eenmalig. Het bleek toch allemaal té massaal. Het fenomeen ponykamp was intussen wél geboren. Vanaf die tijd werden bij toerbeurt door verschillende afdelingen ponykampen georganiseerd. Per boerderij één ponyclub. De Trouwe Kameraadjes deden echter niet mee. Zij trokken hun eigen plan met steeds een eigen ponykamp in wisselende plaatsen. Steeds met een eigen tentenkamp.

Elk jaar weer was zo’n ponykamp het hoogtepunt van het seizoen. Begonnen werd bij ‘Tante Kee’ in Goirle. Later volgden enkele kampen in Gierle, Merksplas, Wortel, Zondereigen. In de loop der tijden werd de hele grensstrook afgestroopt. In Gierle werd contact gelegd met fanfare De Verbroedering. Het leidde spontaan tot een ponyconcours ter plaatse. Achter de fanfare aan kwam een enorme stroom Gierlenaren afgezakt naar het ‘tornooiveld’. Als tegenprestatie kwam De Verbroedering het jaar daarop de Ruiterkermis opluisteren.

In het voormalige veilinggebouw aan de Schootakkerstraat werd een aantal jaren een soort fancy-fair van groot kaliber opgezet. Het liep als een trein. Het rad van avontuur en koppelkoersen voor wielrenners op hometrainers waren de grote trekpleisters. In de prominentenkoersen ging het op het scherpst van de snede tussen de dominee en de pastoor, de burgemeester en de wethouders en de leerkrachten van de twee scholen. Drie dagen bruisend feest in de veiling. Driemaal sloegen de Trouwe Kamraadjes hun tenten op in het Zuid-Limburgse Noorbeek. Een forse expeditie, want natuurlijk gingen ook de pony’s en de veulens mee. Er moest gereden worden in het heuvellandschap. In Noorbeek was men al snel ingeburgerd. Men opende er, met de hele ponyclub voorop, tweemaal de grote optocht van de Breugelfeesten. Van daaruit ook gaven de Trouwe Kameraadjes een spetterende show in Hoensbroek.

Meerdere optredens volgden. Zoals enkele jaren op CHIO Rotterdam en met het cowboyspel The Happy End in Sevenum. In Sevenum aangekomen bleek dat de helft van de rijzadels was achtergebleven. Gelukkig deden er nogal wat Indianen mee. Die waren wel gewend om ‘los op de haar’ te rijden. Stuntwerk te over. In vliegende galop van paard wisselen was bijvoorbeeld een fluitje van een cent.

Terug naar de ponykampen. Iedere keer weer was het een enorme uittocht. In de topjaren gingen er tachtig pony’s mee. En zo’n twintig veulens. Bij het kampadres ging het hele spul het weiland in. Dagelijks werden de pony’s bereden en dan moesten de veulens thuisblijven. Ze raakten daaraan zo gewend dat ze de laatste dagen al met zijn allen samen in het weiland konden blijven. Zo’n kamp was eigenlijk één groot cowboydorp. Alles in stijl. Zo werd bij toerbeurt door kleine groepjes ponyruiters ook de wacht gehouden bij de pony’s. Ook ’s nachts. In Gierle werd door de leiding ’s nachts eens een pony uit het weiland gesmokkeld en weggebracht. De wacht lette dus niet op. Toen kon de volgende dag een spannend verhaal in scène worden gezet. Onvergetelijk waren de ouderavonden op kamp. Altijd pendelden er wel enkele autobussen. Het werd steevast één groot feest. Het smeedde een speciale band met de ouders.

Die betrokkenheid van de ouders is altijd gebleven. Ook nu nog zijn de ponykampen zeer in trek. Meestal is er nu een uitwisseling met een andere ponyclub. Zo komt men gemakkelijk aan terrein en behuizing. In de winterperiode was het jarenlang topdrukte voor de ruiters. Het onderlinge winterprogramma was een trekpleister van formaat. In een tiental verschillende wedstrijden ging men de strijd tegen elkaar aan. De tussenstanden werden steeds gepubliceerd. Het wakkerde het vuurtje nog wat aan. De Trouwe Kameraadjes hadden als eerste een eigen jeugdbestuur. De prijsuitreiking kon dus steeds mooi plaatsvinden tijdens de jeugdjaarvergadering met feest. Ook de onderlinge concoursen lagen altijd goed in de markt. Altijd volle bak. En altijd de afsluiting met een afvalspringconcours.

Fuseren en grote evenementen organiseren

De ponyrijderij nam op een gegeven moment zodanig de overhand dat de tijd rijp werd om samen te gaan met de landelijke ruiterij. Er waren immers slechts enkele ruiters actief op de concoursen en nagenoeg dezelfde bestuurders deden hun werk voor ponyclub en rijvereniging. Fusie dus. Door de jaren heen zag men zowel bij de landelijke ruiters als bij de ponyruiters, zoals ook overal elders, een golfbeweging wat de ledenaantallen betreft. Toch is de ponyafdeling van de Trouwe Kameraden door de jaren heen altijd de grootste van de Kring Breda gebleven. Na een aantal jaren kwam er een heropleving onder de landelijke ruiterij. En daar kwam ook nog een respectabele groep veteranen bij. Het leek alsof iedereen te paard wilde. Het aantal wedstrijden en activiteiten liep van twee kanten zo hoog op dat de zaak niet optimaal kon renderen.

En zo gingen de ponyruiters en de senioren elk weer hun eigen koers varen. De landelijke ruiters kwamen sterk terug met winnende achttallen. Juist die achttalrijderij was toen nog even de bindende factor. Helaas kalfde het snel weer af. Vanaf 29 maart 1996 opereren de landelijke ruiters en de ponyruiters weer onder dezelfde vlag. De komst van de trailer was van grote invloed op de ontwikkeling van de ponyrijderij. Heel lang werd alle vervoer gezamenlijk geregeld bij de Trouwe Kameraadjes. Men beschikte over twee eigen veewagens en daar gingen alle pony’s op. Op de wedstrijd was men de gehele dag bij elkaar. De stallingsplaats, bij de pony’s, was de uitvalsbasis. Daar stond de clubtent waarin zo nodig geschuild kon worden en daar stond de zeer vernuftig geconstrueerde opklapbare tuigwagen. Alle materialen konden daarin zeer ordentelijk overzichtelijk en doelmatig worden opgeborgen. Dat was ook nodig om de begeerde prijs voor orde en netheid te kunnen winnen.

Toen het gezamenlijke reizen vanwege de trailers verminderde, liep dat ‘samen-op-concours-gevoel’ onvermijdelijk ook terug. Helaas. Het siert de vereniging overigens dat men steeds een veewagen is blijven inzetten. Ook al was het op den duur slechts voor enkele pony’s. De individualisering van de sport heeft zich overal sterk doorgezet. Dat leidde tot diversiteit aan instructie en tot professionalisering. De veiligheid in allerlei vormen heeft veel meer aandacht gekregen. De eisen die de overheden stellen aan evenementen worden steeds opgeschroefd.

Toch heeft PSV De Trouwe Kameraden zich ook de voorbije jaren heel sterk weten te profileren met kwaliteits-evenementen en met een opvallende reeks prestaties op hoog niveau. Ze werden er KNHS-titels veroverd in de eventingsport, het springen, de viertallendressuur en de kür op muziek. In de senioren dressuursport acteert momenteel zelfs een tiental combinaties op Z-niveau. De naam Trouwe Kameraden is in Nederland stevig op de kaart gezet. Destijds is een solide verenigingsbasis gelegd. De opeenvolgende bestuurders en commandanten hebben de uitgezette lijnen voortreffelijk doorgetrokken. Ze hebben kansen gecreëerd voor iedereen. En ze zijn zich bewust gebleven van de impact van hun voortrekkersrol. Door de jaren heen heeft men altijd over bestuurders beschikt die de beste tradities van de Trouwe Kameraden konden en wilden voortzetten. Daar zijn ook grote evenementen uit voortgekomen.